Over de geschiedenis van de Duitse keuken is niet zo veel bekend. Waarschijnlijk is het ook lastig te omschrijven, omdat Duitsland veel verschillende deelstaten heeft, met ieder zijn eigen geschiedenis en zijn eigen specialiteit.

Sobere eetgewoonten

De Romeinen waren de eersten die wat konden vertellen over de Duitse eetgewoonten. Aan het begin van de jaartelling aten de Duitsers vooral vlees en ze dronken voornamelijk bier en een honingdrank, dat ‘mede’ genoemd werd. Het waren ook de Romeinen die de eerste wijnen in Duitsland maakten met wijnstokken, waaraan druiven groeiden, die gebruikt werden voor de wijn. Vanaf dat moment werd ook wijn een heel populaire drank.

Uitbreiding

Vanaf ongeveer 800 na Christus werd het eten van de Duitsers wat gevarieerder. Ze aten naast vlees ook zuivelproducten, vis en brood. Na de renaissance kwamen daar nog eens rijst en aardappelen bij. Koffie werd toen ook populair en honing werd tot dan toe als zoetstof gebruikt, maar deze werd steeds meer vervangen door suiker. Via de andere Midden-Europese landen werd er cake, augurken en zuurkool ingevoerd. De Duitsers hielden veel van eenvoudige maar voedzame gerechten.

Eenpansgerechten (Eintopf)

Omdat de boerenvrouwen het vaak heel druk hadden met allerlei werkzaamheden, hadden ze niet veel tijd om aan eten koken te besteden. Daarom maakten ze veel eenpansgerechten van aardappelen of rijst, groenten en spek. Dit werd een ‘Eintopf’ genoemd. Verschillende koolsoorten en uien waren de belangrijkste groenten in Duitsland. Wat ook heel populair was en nu nog steeds is, zijn sla, tuinkers, augurken, tomaten, wortels, spinazie, peulvruchten en witte asperges. Ook werden er veel stampotten en stevige soepen gemaakt van groenten. Verschillende paddestoelsoorten, zoals, bospaddestoelen, bermpaddestoelen en graspaddestoelen werden heel populair in de Duitse keuken. Ook nu weten de Duitsers daarvan de heerlijkste gerechten te maken.