Net als in Zweden, waren in Finland na 10.000 voor Christus rendierjagers. Deze rendierjagers aten, net als de Zweden, zowel het vlees van de rendieren als hun maaginhoud.

Jachtbuit

Daarna hebben ze veel wild, gevogelte en vis en rivierkreeftjes gegeten. Dit werd ‘jachtbuit’ genoemd. Verder aten de Finnen ook eieren, bessen, noten, korstmos en paddestoelen. Tegenwoordig is jagen en vissen nog steeds populair in Finland.

Conserveren van eten

Door de korte zomers en nogal lange winters in Finland, hebben de Finnen geleerd eten goed te bewaren. Hierdoor bleven de ingrediënten ook langer goed. Lang koken en niet te veel kruiden werd een traditionele manier van eten klaarmaken.

In het zuiden werd zout gebruikt voor het eten en om te conserveren. Het noorden had minder zout, omdat het water van de Botnische golf daar nogal zoet is. Vlees en vis werd in het noorden vaker gedroogd of gerookt.

Opkomst van de landbouw

Al ver voor het begin van onze jaartelling kwam de landbouw een beetje op gang, maar die bleef wel kleinschalig, en kwam ook niet verder dan de zuidkust en de zuidwestkust.

Door de opkomst van die landbouw, werd het assortiment eten uitgebreid met o.a. granen, peulen (erwten, bonen, linzen). Na 1800 v Chr. Werden de oergranen vervangen door gerst en rogge. Er werd steeds meer gebruik gemaakt van oliehoudende zaden. In het noorden, was het eten, door het klimaat, wat minder gevarieerd dan in het zuiden. Men maakte brood van de koudebestendige rogge. In het zuiden werden daar haver, tarwe en/of gerst voor gebruikt. Roggebrood en gegiste zuivel werd erg populair in Finland.